lUw kind blij, onbezorgd en met zelfvertrouwen de nieuwe dag tegemoet, op naar 'de eigen top'!
 

 

 


De motorische ontwikkeling (en reflexintegratie)

Het verloop van de motorische ontwikkeling van een kind hangt samen met het verloop van de ontwikkeling van de hersenen.

De eerste ontwikkelingsfase van een kind wordt de motorische fase genoemd (de doe fase).  Hierbij zijn de allereerste bewegingen van een pasgeboren kindje ongecoördineerd en reflexmatig. Een reflex is een onwillekeurig gemaakte beweging of actie, vaak naar aanleiding van een bepaalde prikkel. Denk bijvoorbeeld aan het loopreflex dat bij iedere pasgeboren kindje getest kan worden (ook wel stapreflex genoemd), als ook het zoeken met de mond naar de tepel en het zuigen eraan (wangreflex of rooting reflex).

Tijdens de verdere ontwikkeling na de geboorte gaan de reflexmatige bewegingen over in half automatische bewegingen en daarna in vrijwillig gecoördineerde bewegingen (reflexintegratie). Deze motorische ontwikkeling gaat gelijk op aan de ontwikkeling van de hersenen. Het bewegen en waarnemen (zien, horen, ruiken, proeven en voelen) bij een baby stimuleren elkaar en zorgen voor meer en meer verbindingen in de hersenen en de verdere groei en ontwikkeling van de hersenen.
De reflexmatige bewegingen (reflexen) kunnen worden gezien als de aanzet tot de bewegingsontwikkeling. En hoe meer een beweging herhaald wordt hoe beter het wordt opgeslagen in de hersenen, hoe meer de hersenen ontwikkelen en hoe beter de motoriek is van uw kind. Eerst volgt de grove motoriek en daarna de ontwikkeling van de fijne motoriek.

Als nieuw geleerde bewegingen nog niet genoeg zijn herhaald/opgeslagen kunnen de reflexmatige bewegingen nog voor verstoring zorgen. De compensatie voor deze reflexmatige bewegingen die volgen op een prikkel bij uw kind kan veel energie kosten. Iedere reflex geeft andere verstoringen. De Spinale Galant reflex (SGR) bijvoorbeeld kan zorgen voor rusteloosheid en beweeglijkheid, doordat bij stimulatie van de onderrug de heup naar de schouders wil draaien. Stilzitten op school tegen de rugleuning van de stoel zal voor uw kind erg lastig zijn. De school van uw kind kan daardoor bijvoorbeeld aangeven dat uw kind moeite heeft met concentreren en dingen onthouden, echter dit komt doordat het uw kind zeer veel energie kost (onbewust) om de heupen stil te houden en dat lukt vaak niet. Ook bedplassen kan veroorzaakt worden door een niet-geïntegreerde SGR.

Gelukkig is het brein flexibel en nieuwe verbindingen in de hersenen kunnen alsnog worden gestimuleerd door middel van spel en beweging. Hierdoor wordt/worden de actieve reflex(en) alsnog geïntegreerd en heeft u kind weer rust in zijn/haar lichaam, verbetert de motoriek van uw kind en houd uw kind energie over om weer te kunnen leren en ontwikkelen.

Voorbeelden van primaire reflexen zijn:

  • De Angstverlammings-reflex en de Moro-reflex: Deze ontwikkelen al vroeg in de baarmoeder en zijn overlevingsreflexen, ze treden op bij gevaar.
  • Tonisch Labyrinth Reflex (TLR): Als het hoofd naar achteren gaat strekt het lichaam, gaat het hoofd naar voren dan buigt het lichaam in elkaar. Dit reflex is nodig om het kindje geboren te laten worden.
  • Spinale Galant reflex (SGR): Ook dit reflex is nodig om het kindje geboren te laten worden en zorgt voor een buiging van de heup naar de schouder als je langs de ruggengraat strijkt.
  • Assymetrische Tonische nekreflex (ATNR): Dit reflex zorgt ervoor dat het kind kan leren grijpen waarnaar het kijkt. Als het hoofd naar links draait strekken het linkerarm en -been en buigen het rechterarm en -been, en vica versa.
  • De Hand-grijp (palmar) reflex: Bij druk in de handpalm van het kind sluiten de vingers zich en houden stijf vast.
  • Hand optrek reflex: Bij het vastpakken van de handjes en polsen van het kindje trekt het kind zich op naar voren.
  • Bapkin Palmomental (zuigreflex): Als de hand wordt gestimuleerd gaat de mond zuigen.
  • Babinsky: Het afzetten met de voeten bij omrollen en kruipbeweging


Voorbeelden van overgangsreflexen zijn:

  • Landau: Bij buikligging van het kindje richten de schouders zich op waardoor armen en benen vrij komen van de grond en kunnen bewegen.
  • Symmetrische Tonische nek reflex (STNR): Dit reflex is nodig voor het begin van het kruipen. Als het hoofd opricht strekken de armen en buigen de benen. Bij het buigen van het hoofd strekken de benen en buigen de armen zich.
  • Handsteunreflex: Dit reflex zorgt ervoor dat uw kind zich opvangt als het voorover valt.


Belangrijke zintuigen in de verdere ontwikkelingen zijn de ogen en het zien. Oogbewegingen en visuele waarnemingen ondersteunen de gehele lichaamsbeweging, en zijn daardoor van grote invloed op de bewegingsontwikkeling en daardoor onze hersenontwikkeling. zie daarvoor ook onder het kopje 'De visuele waarneming'.




E-mailen
Bellen
Map
Info