lUw kind blij, onbezorgd en met zelfvertrouwen de nieuwe dag tegemoet, op naar 'de eigen top'!
 


Inzicht en ruimtelijke oriëntatie



Na de zie- en doe fase van de ontwikkeling van een kind volgen 3 ontwikkelingsfases waarbij een kind steeds meer gaat begrijpen wat hij/zij doet (de perceptuele fase/zie- en weet fase), herkennen van begrippen (perceptueel-conceptuele fase/zie- en denk fase) en kunnen bedenken van deze begrippen in gedachten ( de conceptuele fase/denkfase).  

Vanaf ongeveer 8 jaar hebben de meeste kinderen dan ook het inzicht om denkpuzzels op te lossen en stappen in hun hoofd uit te voeren zonder daarvoor materiaal nodig te hebben. Sommige kinderen kunnen hier eerder  of later in zijn, Ieder kind volgt zijn eigen ontwikkeling, Indien er ergens in de ontwikkelingsfases stappen zijn overgeslagen (zie ook onder het kopje 'De motorische ontwikkeling') of er verstoringen zijn van het zien (zie ook onder het kopje 'De visuele waarneming') kan het zijn dat samenwerking tussen kijken, denken en doen (de visuomotoriek) is verstoord en het inzicht en/of ruimtelijke oriëntatie bij u kind nog lastig is.

Bij ruimtelijke orientatie kan uw kind de plaats en richting van voorwerpen en figuren bepalen. Dit is erg belangrijk om je eigen plaats te bepalen ten opzichte van je omgeving, voor het leren op school bij rekenen, schrijven, lezen en exacte vakken, maar ook voor thuis bij bijv. tekenen, puzzelen en spelen met speelgoed of constructiemateriaal.

Er zijn 3 basisvaardigheden nodig voor de visuomotoriek:

Tekenen-> dit begint met verticale lijnen, gebogen lijnen, horizontale lijn, cirkels, schuine lijnen, hoeken en figuren, schuine figuren en vervolgens op de juiste plaats.

Bouwen -> verticaal stapelen, horizontale rijen maken, 2 dimensionaal, 3-dimensionaal (diepterichting), handiger stapelen (nauwkeuriger, 2-handig vs steunhand en dominante hand, zie ook onder kopje 'Lateralisatie (samenwerking links-rechts)',  patronen maken en namaken, in spiegelbeeld bouwen, nabouwen van een afbeelding. 

Puzzelen -> gissen en missen, zien waar een stukje moet komen, draaien van het stukje, op de juiste plaats leggen, handiger puzzelen (nauwkeuriger, 2 handig vs steunhand en dominante hand), organiseren van puzzeltaak (randen leggen, patronen zoeken, voorbeeld namaken) 

Bij inzicht en ruimtelijke oriëntatie is het voor een kind belangrijk dat er gekeken wordt naar wat het kind al kan (en niet alleen naar de leeftijd en wat het kind zou moeten kunnen) en om vooral leuk bezig te zijn met de handen en allerlei materialen. Als psychomotorisch kindercoach zal ik door middel van o.a. spel en beweging de visuomotoriek stimuleren.


E-mailen
Bellen
Map
Info